This page only has Dutch navigation. Press the English flag to return to the English part of this website

Turkije 2008, de terugreis


5 mei 2008 - 9 mei 2008  

Route: Bazargan (grens met Iran) - Dobugayazit - Erzincan - Ankara - Istanbul - Ipsala (grens met Griekenland)




Bevrijdingsdag

Europa komt nu wel heel dichtbij. Na 13,5 maand rijden we voor de tweede keer deze reis Turkije binnen. Vorig jaar het eerste niet-Europese land van onze route en nu alweer het laatste. Vandaag is het bevrijdingsdag en symbolischer kan bijna niet. Vandaag is Belinda eindelijk bevrijdt van die vervelende hoofddoek. Het sjaaltje, dat we in Yazd hebben gekocht is te leuk om te verbranden, maar als hoofddoek zal hij nooit meer dienst doen. Zo gauw als we door het hek zijn gaat de sjaal af. Hier in Turkije is het niet verplicht en het feit, dat er een hele buslading Iraniërs in de aankomsthal zit te wachten verandert daar niets aan. De meeste vrouwen dragen een chador en in de hele hal is geen vrouw te vinden zonder hoofddoek, maar daar hebben we geen boodschap aan. Integendeel zelfs. De gedwongen vrijheidsbeperking is ons zo tegen gaan staan, dat we eenmaal buiten het bereik van Iran de verleiding niet kunnen weerstaan. Terwijl we door de hal lopen zijn alle ogen op Belinda gericht. Het merendeel van de vrouwen lacht, alsof ze willen zeggen "voelt lekker hé". We hebben medelijden met de vrouwen. Is het niet het regime, dat hun zelfbeschikkingsrecht inperkt dan is het wel hun echtgenoot.  

 


Geduld oefenen

De grensformaliteiten zijn een mijl op zeven. We worden van het ene loket naar het andere gestuurd en telkens moeten we wachten. De man waar we ons visum moeten kopen lijkt wel een dubbele lunchpauze te hebben, bij het verzekeringskantoortje valt telkens de internetverbinding weg waardoor ze onze aanvraag niet kunnen verwerken en de chef van de douane die nog een laatste stempel moet zetten voor de invoer van onze auto is net bezig met de inspectie van een touringcar. Na twee ongeduldige uurtjes en een grondige inspectie naar gesmokkelde mensen, opium of diesel mogen we eindelijk verder. Vooral diesel is vanwege het grote prijsverschil tussen Iran en Turkije geliefde smokkelwaar. Geen dief van onze eigen portemonaie maken ook wij ons hier schuldig aan. Volgens onze eigen definitie smokkelen we niet, maar hamsteren we wel. Onze tanks, die zo netjes zijn ingebouwd dat ze niet echt opvallen, zitten boordevol. Gelukkig heeft de douanier niets door. Even zijn we nog bang, dat hij onze dubbele vuldop opmerkt, maar ook die ziet hij niet en al snel geeft hij het groene licht.

 



Waar is het sjaaltje?

We rijden het land in en worden begroet door de besneeuwde hellingen van de berg Ararat. De berg torent hoog boven de grasvlaktes uit en het is onmogelijk hem te missen. Vlak na de grens overnachten we op een echte camping, de eerste sinds maanden, en de omgeving is erg mooi. Het enige minpuntje is de temperatuur. Een week geleden was het nog 40 graden en nu slechts 15. Daarbij is het bewolkt en staat er een frisse wind. Het hoofddoekje waarvan we hadden gedacht het voorlopig niet meer nodig te zijn, halen we gauw tevoorschijn en doet nu dienst als sjaal. Als de zon ondergaat en de temperatuur nog verder zakt wordt het zelfs zo koud, dat we ons in de auto verschansen om ons te warmen bij de standkachel. Wat een overgang. Als we de tent inkruipen nemen we geen watersproeier en ventilator mee, maar een pyjama en extra slaapzak. De laatste keer, dat het zo koud is geweest, was meer dan een jaar geleden...... in Turkije.















Wij zijn geen misdadigers

Willen we warmte dan moeten we naar de kust, maar dat is vele kilometers om. Dure kilometers met de brandstofprijzen hier en bovendien, die gebieden hebben we allemaal al een keertje gezien want dit is inmiddels al onze vierde bezoek aan Turkije. Voor ons zal het deze keer dan ook niet meer zijn dan een doorreisland. We nemen de kortste route, die we als het goed is, net met onze brandstof kunnen uitzingen. Deze hoofdroute volgt gedeeltelijk de oude zijderoute die Constantinopel, het oude Istanbul, en Xian in China met elkaar verbond. Te zien aan de vele controleposten is de oude handelsroute van weleer vandaag de dag een geliefde smokkelroute. Vluchtelingen en opium die in Pakistan en Iran niet zijn onderschept vinden via Turkije hun weg naar Europa. Onderweg wordt daarom streng gecontroleerd en vele malen worden we aangehouden. Meestal om eventjes ons paspoort te controleren, maar een keer moet bijna de hele auto op zijn kop. Midden in de bergen, bovenop een pas, worden we aangehouden door veruit de meest onvriendelijke soldaten van onze hele reis. Na een blik in onze paspoorten wijzen ze naar het groene pakketje op ons dak. We leggen uit, dat het onze daktent is, maar daarmee nemen ze geen genoegen. Ze willen hem met eigen ogen zien en melden kortaf dat we hem open moeten maken. Omdat het noodweer is en vreselijk hard waait leggen we vriendelijk uit, dat het onmogelijk is de tent in dit weer uit te klappen. Als we hem in deze storm openen, dan zal hij zeker beschadigen, maar daar heeft de sergeant geen boodschap aan. Hij zegt bruut, dat hem dat niets kan schelen en dat het niet zijn probleem is. Hij geeft een opdracht en wij hebben te gehoorzamen. Wie denkt hij wel, dat hij is. Dat we worden behandeld alsof we misdadigers zijn irriteert ons al mateloos, maar dat we voor zijn plezier onze spullen maar moeten slopen gaat ons te ver. We blijven pertinent weigeren. Als ze de tent willen zien dan kunnen ze kiezen. Via een collega die Duits spreekt stellen we ze voor de keuze. Of we gaan mee naar de militaire loods een paar honderd meter verderop, of ze ondertekenen eerst een verklaring, dat we de tent op hun risico openen en dat ze verantwoordelijk zullen zijn voor alle schade. De sergeant vindt ons maar lastig en voelt zich duidelijk in zijn kruis getast, maar kiest dan ineens toch eieren voor zijn geld. Hij zegt, dat we ook alleen even een stukje van de hoes mogen openritsen. Daar kunnen we mee leven. We ritsen de hoes open en dan ineens klimt een militair ongevraagd op onze auto en begint met geweld aan het klittenband te rukken. In koor beginnen we boos te protesteren en te mopperen. Dat kan ook wel anders; wat een onfatsoen. Als hij klaar is met de tent is de binnenkant van de auto aan de beurt. Een voor een begint hij onze aluminium kisten te inspecteren. Hij begint met onze kledingkisten. Dat wordt lachen. In beide kisten hebben we een breekbare vaas verstopt. De man graait gedreven tussen onze kleding en dan heeft hij het. Alsof hij ons op heterdaad heeft betrapt houdt hij vol trots de buit, een onherkenbaar ingepakte vaas, omhoog. We zaten er al op te wachten. Met groot leedvermaak vertellen we hem, dat het, helaas voor hem, maar een vaas is. Daarna is onze "ontbijtkist" aan de beurt. Hij opent de kist die vol zit met smeersels, crackers, thee en kruiden en begint een voor een de verpakkingen te controleren. Hij houdt onze pot honing op zijn kop, snuffelt aan onze thee en aan onze crackers en vraagt ons beschuldigend wat we met zoveel kruiden moeten. Alsof ze daar wat mee nodig hebben. We leggen de man cynisch uit, dat we uit Nederland komen en dat veel van de drugs waar hij naar op zoek is, in ons eigen land legaal is en op iedere hoek van de straat te koop. Zijn collega die de absurditeit van de situatie wel inziet lacht smakelijk met ons mee. Wat een sukkel. We hebben het helemaal met ze gehad en zijn ook nog eens tot op  het bot verkleumd. Zo gauw als de man zijn speurtocht staakt stappen we in de auto, doen we de kachel aan en gaan we er snel vandoor. De in zijn trots aangetaste sergeant gefrustreerd achterlatend.

 



Sneeuw

Op de heenreis vorig jaar heeft de regen ons versneld door Turkije gejaagd en ook nu hebben de Turkse weergoden weer een verrassing voor ons in petto. We zijn anderhalve maand later dan vorig jaar, maar dat blijkt geen garantie voor mooi weer. Bijna de hele dag regent het en als we hoger komen zakt de temperatuur naar het vriespunt en zitten we in de natte sneeuw. Wat een verschil met een week geleden. Toen was het met veertig graden nog ondraaglijk heet. Sinds ons vertrek uit India gaan we bij elke grensovergang een uurtje terug in de tijd en telkens moeten we daar even aan wennen. Zo ook vanochtend. Als we uitgeslapen, gedoucht en klaar zijn om te vertrekken, zien we tot onze verbazing, dat het nog maar half zeven is. Buiten is het stralend weer. Het is nog behoorlijk koud, maar de depressie van gisteren heeft plaats gemaakt voor een lekker zonnetje die de verse sneeuw op de omringende bergen strak laat afsteken tegen de blauwe lucht. Een prachtig plaatje en de frisse berglucht roept bij ons het Zwitserland gevoel op. Stiekem verheugen we ons er alvast op het komende jaar weer op wintersport te kunnen.

 


Ontbijten in de winkel

Terwijl het dorpje rustig ontwaakt rijden we langzaam door de uitgestorven straten en stoppen we eventjes bij een winkeltje voor vers brood. De eigenaar die het maar wat leuk vindt, dat we een broodje bij hem kopen ontruimt snel zijn toonbank en zet een pot verse thee voor ons. Terwijl de leveranciers binnen druppelen om de verse spullen af te leveren genieten wij van het kraakverse Turkse brood en een warm glas thee. In Iran was het brood al vele malen smakelijker, maar hier in Turkije is het verse brood helemaal een traktatie. Een groot verschil met smakeloze witte brood in India, dat zo vol conserveringsmiddelen zat, dat het na een weekje in een plastic zak nog niet verschimmeld of uitgedroogd was. Als we uitgegeten zijn en afscheid nemen krijgen we van de winkelier nog een welgemeende Turkse omhelzing. Wat een lekker begin van de dag!











 

In het park

We verlaten Erzincan en rijden verder naar het westen. Een rustige route en vooral het eerste deel is prachtig. Het is een mooie weg dwars door de bergen en op een gegeven moment passeren we zelfs de sneeuwgrens. Buiten vriest het en rondom ons is de wereld wit. Het is al mei. Dit is wel het laatste wat we hadden verwacht. Het is net alsof we door de alpen rijden. De hele dag toeren we rustig door en net voor Ankara stoppen we voor de nacht. We vinden een leuk park, maar dit is geen Iran. Kamperen is hier officieel niet toegestaan. Als de bewaker bij de eerste slagboom ons hierop wijst zeggen we onschuldig, dat we dat ook niet willen. Daarna rijden we door naar de tweede slagboom. De man hier kijkt eveneens naar onze auto en vraagt of we willen kamperen. Omdat hij er niet gelijk bij vermeldt, dat het eigenlijk verboden is en heel vriendelijk over komt, gokken we het erop. We vertellen de waarheid. De man lacht en aarzelt een seconde, maar geeft ons dan toch toestemming. Gratis zelfs, want we hoeven ineens ook geen parkeergeld meer te betalen. Fantastisch want nu hoeven we niet stiekem te doen. We parkeren de auto vlakbij het toiletgebouw en hebben het hele grote park bijna helemaal voor ons alleen.



 

Istanbul

Vanaf Ankara is het nog een halve dag rijden en dan bereiken we Istanbul. De enige stad ter wereld die zich op twee continenten bevindt, Azië en Europa. Het leukste gedeelte ligt in Europa en daar bevindt zich ook het hostel waar we op de heenreis hebben geslapen. Bijna veertien maanden nadat we "ons continent" verlieten zijn we terug. Na het oversteken van de Bosphorus staan we weer met vier wielen op Europese bodem. Enerzijds een prettig gevoel, want de wereld wordt steeds vertrouwder en comfortabeler, maar anderzijds ook weer niet want het echte avontuur ligt nu toch echt achter ons het einde nadert. Istanbul is beslist een van de allerleukste steden van onze hele reis en reden genoeg dus om er een paar dagen te blijven. We rijden naar het centrum en gaan op zoek naar het hostel van de heenreis. Die beviel ons goed en was niet te duur. Ondanks, dat het nu licht is en we de stad iets beter kennen, is het opnieuw zoeken geblazen. Net als de vorige keer zijn het de eenrichtingswegen en de tramstroken die het zoeken bemoeilijken, maar uiteindelijk lukt het toch. Zo op het eerste oog lijkt er niet veel verandert. Een vertrouwd gezicht begroet ons en er hangt nog steeds dezelfde gezellige sfeer, maar daarbij blijft het ook. Ze zijn druk aan het verbouwen en "onze kamer" naast de receptie blijkt niet meer te bestaan. Als de jongeman de boeken controleert blijken er zelfs helemaal geen tweepersoonskamers meer vrij te zijn; alles zit vol. Er zijn alleen nog maar slaapzalen beschikbaar. Jammer, want we zijn niet zo'n fan van slaapzalen. We besluiten verder te zoeken, maar zonder succes. Heel Istanbul staat op zijn kop. Dit weekend is het Formule-1 circus in de stad en daardoor zijn alle hotels tjokvol. Geen kamers dus. We gaan terug naar ons hostel en nemen de slaapzaal. Een vierpersoonsslaapzaal die we delen met een Iraanse jongen uit Canada en een vervelende oude taart uit Sri Lanka.

 


Smulfeest

Al in Pakistan hadden we onszelf beloofd, dat we ons in Istanbul lekker zouden verwennen en belofte maakt schuld. We douchen ons, trekken schone kleren aan en dan wandelen we naar het centrum voor een lekker etentje in een van de wat betere restaurantjes. Verse sinaasappelsap, een goede salade, een lekker hoofdgerecht en baklava met pistache-ijs als toetje. Voor westerse begrippen een redelijke standaard restaurantmaaltijd, maar voor ons, na zoveel weken Azië, een waar smulfeest. De rekening is alleen wel even slikken. Vanaf nu is niet alleen de kwaliteit, maar zijn ook de prijzen weer westers. Als we uitgegeten zijn slenteren we nog eventjes langs wat winkeltjes en daarna wandelen we via de mooi verlichte Aya Sofia en Blue Mosque terug naar onze hostel, waar we ontdekken, dat de verbouwing voor nog meer veranderingen heeft gezorgd. Het hostel heeft voor gasten inmiddels gratis draadloos internet. Een luxe waar we dankbaar gebruik van maken. We updaten onze website en oriënteren ons een beetje op het laatste traject door Europa. We hebben nog een paar weken, maar die willen we niet in de kou en regen slijten. Bij de keuze van onze terugreisroute laten we ons dan ook leiden door het weer en kiezen we ervoor om via Griekenland en de Balkan naar Oostenrijk te rijden.


 

Lampjesjacht

Tijd om te gaan slapen en oh, wat missen we de rust en privacy van onze daktent. Onze Canadese kamergenoot komt pas tegen vieren met een flinke borrel op de kamer binnen strompelen en de oude vrouw uit Sri Lanka snurkt zo luid en zo aanhoudend, dat we die nacht de verleiding bijna niet kunnen weerstaan haar iets naar het hoofd te slingeren. Nee, slaapzalen zijn niet echt ons ding en nog een nachtje in het hostel is geen aanlokkelijke gedachte. Voor de komende dagen zijn namelijk ook de vierpersoonsslaapzalen volgeboekt en moeten we, als we nog een nachtje willen blijven, verhuizen naar een achtpersoonsslaapzaal. We besluiten eerst maar uit te checken en de stad in te gaan. We zien wel waar we vannacht slapen. Op de heenreis hebben we leuke gekleurde lampjes gezien en we hadden ons voorgenomen er op de terugreis, als we er weer langs zouden komen, eentje mee te nemen. Een paar uur struinen we de grote bazaar af en met succes. Er zijn  zoveel kleuren en maten dat we door de bomen het bos bijna niet meer zien, maar uiteindelijk vinden we precies wat we zoeken. Daarna wandelen we langzaam terug naar de auto. Het is vandaag een gure regenachtige dag en het lijkt wel herfst. Op de heenreis, toen alles nog nieuw en spannend was, lieten we ons door een buitje niet uit het veld slaan, maar na zoveel dagen reizen en zoveel moois te hebben gezien ligt dat toch anders. Voor ons geldt "gezien en gedaan" en dan ineens is Istanbul in de wind en in de regen niet zo aantrekkelijk meer. Het is koud en guur, de stad overvol vanwege het Formule-1 weekend en de enige overnachtingsmogelijkheid een achtpersoonsslaapzaal. Na een dagje winkelen, de sfeer opsnuiven en twee keer lekker eten gaan we dan ook weg.

 


Op zoek naar de zon

We rijden door naar Griekenland in de hoop op beter weer. Volgens de voorspellingen op internet zou het aan de kust mooi weer moeten zijn en daar hebben we veel zin in.  Even over de twintig graden, zonnetje erbij en nog een paar weekjes ouderwets kamperen. Griekenland roept bij ons beelden op van lekker kamperen aan het strand en we worden erg ongeduldig. Tussen Istanbul en de Griekse grens bivakkeren we in het geniep nog gratis een nachtje op de parkeerplaats achter een hotel. Nog niet de ideale kampeerplek, maar wel ons eigen bed en dat is duizendmaal beter dan een achtpersoonsslaapzaal.